Wat voor omvormer kiest u.

Een omvormer uitkiezen

Het kiezen van de juiste omvormer voor uw zonnepanelen is erg belangrijk voor een zonne-energie systeem. De omvormer vormt het hart van uw zonne-energie systeem en bepaalt in grote mate de opbrengst.

Voor het plaatsen van een zonne-energie systeem kijken we eerst naar de zonnepanelen. Hoe gaan we de zonnepanelen plaatsen en hoeveel gaan we er monteren, dit is beide bepalend voor het bepalen van het type omvormer. Hierbij kijken we naar een aantal factoren.

Eigenschappen omvormer

Bij het kiezen van een omvormer, is een aantal eigenschappen van de omvormer erg belangrijk. Deze bepalen of de omvormer geschikt is voor je zonnepanelen en wat de opbrengst wordt:

  • Vermogen zonnepanelen in verhouding tot het vermogen van de omvormer
  • Aantal ingangen op de omvormer.
  • Aantal MPP trackers op de omvormer.
  • Wat kost de de omvormer.
  • De stroom aansluiting (1 of 3 fase).
  • Welke monitoring mogelijkheden.
  • Hoe lang is de garantie

Hieronder meer over de verschillende eigenschappen.

Onderdimensioneren omvormer

Er zijn vaak onduidelijkheden over de juiste omvormer bij het aantal zonnepanelen en het daarbij behorende aantal Wattpiek. Meestal gaat dit over ‘onderdimensioneren’.

Wat is ‘onderdimensioneren’ van een omvormer?

Vaak wordt er gekozen om de omvormer onder te dimensioneren. Dit betekent simpel gezegd dat de omvormer minder vermogen heeft dan de zonnepanelen bij elkaar. Meestal ligt dit rond de 90%.

Vermogen

De omvormer moet passen bij het vermogen van de zonnepanelen. Elk zonnepaneel heeft een bepaald vermogen, weergegeven in wattpiek. Het totaal van alle zonnepanelen maakt het vermogen waarmee we kunnen rekenen voor de omvormer.

Waarom wordt een omvormer vaak ondergedimensioneerd?

Dit heeft een aantal redenen.

  • Vermogen zonnepanelen: Het maximale vermogen wat de zonnepanelen halen onder test condities wordt in de praktijk zelden gehaald. Dit komt onder andere door het weer, de temperatuur en de hellingshoek. Zonnepanelen halen op een mooie zomerse dag vaak maar 80-85% van hun maximale vermogen. In de maanden waarop het vermogens relatief laag is, zijn de totaal opbrengsten het hoogst. Het heeft voor deze maanden dus geen zin om een grotere omvormer te kiezen.
  • De effectiviteit van de omvormer: De omvormer heeft een bepaalde efficiency curve die meestal oploopt richting zijn maximale rendement. Dit betekent bijvoorbeeld dat de omvormer bij 10% van zijn maximale vermogen een rendement heeft van 90%. Het is dus belangrijk sneller in het hogere rendement te komen. Met een relatief kleine omvormer gebeurt dit sneller.
  • Aanschafprijs: Een omvormer met een zwaarder vermogen is meestal duurder. Een zwaardere omvormer zal enkele keren per jaar ook iets meer vermogen kunnen leveren. Of die kleine extra opbrengst opweegt tegen de extra kosten is de vraag.
  • Opstartspanning: Op het moment dat het ochtend wordt begint de omvormer pas te werken als dit ook zin heeft. Met name de opstartspanning is hiervoor belangrijk. Kleinere omvormers hebben over het algemeen een lagere opstartspanning.

Wat zijn de gevolgen van een omvormer onderdimensioneren?

Vaak denken mensen dat het erg is als een omvormer te weinig vermogen heeft in verhouding tot het vermogen van de zonnepanelen. De omvormer bepaalt echter wat het maximale vermogen is, komt er meer binnen wordt dit afgekapt. Door de spanning en de stroom aan te passen kan het vermogen van de zonnepanelen dus nooit meer zijn dan het maximale vermogen van de omvormer.

Oost-west

Bij een oost-west (of symmetrisch) systeem op een plat dak kunnen we zelfs nog verder onderdimensioneren. De verschillende oriëntaties kunnen nooit tegelijkertijd op vol vermogen draaien omdat de instraling verschillend is. In de ochtend zullen de oostelijk gelegen panelen vol draaien. Dan neem het vermogen af en gaan de westelijk gelegen zonnepanelen vol draaien. Vaak kan tot 80% ondergedimensioneerd worden. Alles natuurlijk afhankelijk van de situatie.

Wanneer de zonnepanelen op een schuin dak geplaatst worden met een oost en west oriëntatie dan is het zelfs mogelijk nog verder onder te dimensioneren. Hoe ver is afhankelijk van de helling van het dak en bijvoorbeeld de schaduwval.

Keuze omvormer

Welke omvormer moet je nu kiezen als je bijvoorbeeld 10 zonnepanelen hebt van 275 wattpiek?

Ten eerste is het belangrijk te kijken naar een fabrikant die een omvormer heeft die goed past bij het aantal zonnepanelen wat u wilt gaan plaatsen.

Aantal ingangen en MPP trackers

Omvormers hebben een aantal ingangen. Dit is vanaf 1 string tot en met 8 strings voor de grotere omvormers. Een veld zonnepanelen vormt een string. Wanneer velden van hetzelfde type zonnepaneel zijn en in dezelfde helling en oriëntatie liggen, kunnen deze parallel aangesloten worden op de omvormer. Dit gebeurt met name bij grote systemen. Liggen velden niet in dezelfde hoek en/of helling of worden verschillende zonnepanelen gebruikt? Dan moeten deze aangesloten worden op een aparte MPP tracker.

Kleinere omvormers hebben altijd 1 MPP tracker. Vanaf 3.000 watt (ongeveer 11 zonnepanelen en meer) zijn er omvormers te verkrijgen met meerdere MPP trackers.

Ik heb veel verschillende dakoppervlakken, wat nu?

Micro-omvormers: Er zijn ook nog andere oplossingen. De bekendste hiervan zijn micro-omvormers. Dit zijn kleine omvormers die achter het zonnepaneel geplaatst worden. Elk omvormertje heeft zijn eigen MPP tracker. De opbrengst per zonnepaneel is dus optimaal. Nadeel is dat de micro-omvormers relatief duur zijn.

Power optimizers. Voor grotere systemen met veel verschillende dakoppervlakken en/of schaduw zijn power optimizers een goed alternatief. Een power optimizer is een klein kastje met een MPP tracker. Per zonnepaneel wordt een power optimizer geplaatst. Verschil met de micro-omvormers is dat de omvorming van energie (gelijkstroom naar wisselstroom) wel gebeurt in een centrale omvormer. Dit is echter een vrij simpele omvormer omdat deze geen MPP tracker in zich heeft.

1 of 3 fase

De omvormer kan aangesloten worden op 1 of 3 fasen. Wanneer wordt gekozen voor een 1 fase of een 3 fase omvormer? Dit is afhankelijk van een aantal factoren:

  1. Hoeveel zonnepanelen worden er geplaatst
  2. Wat is het vermogen van de hoofdaansluiting

1. Hoeveel zonnepanelen?

Het aantal zonnepanelen bepaalt in grote mate de capaciteit van de omvormer. 3 fase omvormers zijn er vanaf ongeveer 4.000 watt Hieronder wordt dus altijd een 1 fase omvormer gebruikt.

2. De hoofdaansuiting

Een standaard huis in Nederland heeft meestal één van de volgende hoofdaansluitingen:

  • 1x 35 ampere (meest gebruikt in de periode voor 1990)
  • 3x 25 ampere
  • Anders bv 1x 25 ampere of 1x 40 ampere.

Zwaardere aansluitingen komen vrijwel nooit voor omdat de transportkosten van de netbeheerder hiervoor aanzienlijk hoger zijn.

 1x 35 ampère

Heet maximale vermogen wat in Nederland op 1 fase geleverd mag worden is 5000 watt. Het maximaal aantal zonnepanelen is dus +/- 18.

Let op: een omvormer van 4.600 of 5.000 watt kan niet aangesloten worden op een 3×25 ampere aansluiting. Wanneer je in de toekomst toch naar 3 fasen gaat (bijvoorbeeld om te koken) dan is het aan te raden dit te doen voordat de zonnepanelen geplaatst worden en te kiezen voor een 3 fase omvormer.

Wanneer je meer zonnepanelen wenst kan je de netbeheerder vragen de aansluiting te laten aanpassen naar 3x 25 ampère. Het transport (capaciteits) tarief blijft hetzelfde. Houdt wel rekening met extra kosten voor het bijplaatsen en het aanpassen van de meter.

2. 3x 25 ampère

In principe is een 3 fase omvormer de enige mogelijkheid als je meer dan 13 zonnepanelen plaatst. Er worden ook wel eens meerdere kleine omvormers geplaatst maar dit is vaak duurder.

Het kiezen van de omvormer is dus simpel:

  1. Tot 13 (standaard +/- 275Wp) zonnepanelen volstaat een omvormer van maximaal 3600 watt op 1 fase.
  2. Grijs gebied
  3. Vanaf 18 zonnepanelen is een 3 fase omvormer noodzakelijk.

Voorkeur 1 of 3 fase

In het grijze gebied is de voorkeur vaak een 3 fase omvormer.

  1. De stroom wordt over 3 fases verdeeld. Dit betekent dat de kabelverliezen lager zijn.
  2. De energie wordt over 3 fases verdeelt. Hierdoor neemt het eigen verbruik toe omdat het verbruik in huis ook over 3 fases verdeeld is.
  3. Normaal wordt stroom ook in 3 fases gemaakt door de grote centrales. De netbeheerders hebben dus liever 3 fasen omdat dit stabieler is voor het netwerk.