Zonne-energie opwekken

Steeds meer mensen schaffen zonnepanelen aan. Deze panelen zetten zonlicht om in stroom. Dit verlaagt de energiekosten aanmerkelijk. Maar even een paar zonnepanelen op het dak leggen is niet voldoende. Er komt wel wat meer bij kijken. Is jouw dak geschikt, heb je bijvoorbeeld ook een andere elektriciteitsmeter nodig?

solar-frontier-165

Waaruit bestaat een zonne-installatie?

Naast de zonnepanelen op het dak bestaat de installatie uit:

  • een omvormer;
  • bekabeling;
  • eventueel een monitoringsysteem.

De omvormer zet de gelijkspanning van de zonnepanelen om naar de wisselspanning voor ons elektriciteitsnet. Van de omvormer loopt een kabel naar de elektriciteitsmeter. Deze meter moet de teruglevering van de opgewekte stroom aan het elektriciteitsnet kunnen registeren. Heb je nog een oude meter met een draaiende schijf, dan zie je die ook echt terugdraaien op zonnige dagen en tevens weinig stroom verbruikt.

Veel omvormers worden geleverd met een monitoringsysteem. Je ziet hoeveel stroom jouw zonnepanelen daadwerkelijk leveren. Omdat je die stroom soms direct zelf verbruikt, staat dit niet gelijk aan wat je via je elektriciteitsmeter aan het elektriciteitsnet teruglevert.

De meeste omvormers hebben tegenwoordig een wifi-verbinding, maar een bekabelde internetverbinding kan ook. Zo is de informatie op bijvoorbeeld een pc, tablet of smartphone te zien, compleet met dag-, maand- en jaaroverzichten. Als je voor micro-omvormers of power optimizers kiest, kun je zelfs de opbrengst per individueel zonnepaneel bijhouden.

Energieopbrengst van zonnepanelen

Het vermogen van zonnepanelen wordt uitgedrukt in watt-piek (Wp). Dat is het piekvermogen dat bij optimale zoninstraling kan worden opgewekt.

In Nederland geldt de vuistregel dat de jaaropbrengst in kilowattuur (kWh) 0,9 maal de capaciteit van het systeem in Wp bedraagt. 10 panelen van 270 Wattpiek leveren dus 0,9 x 2700 = 2.430 kWh op. Als de panelen niet op het zuiden, maar ongeveer op zuidoost of zuidwest komen te liggen kun je voor de zekerheid 10% van de verwachte opbrengst afhalen. Per stuk leveren deze zonnepanelen dus zo’n 240 kWh aan energie per jaar. Hoe dit voor jouw situatie uitpakt kun je makkelijk laten berekenen door je leverancier.

Op eigen dak of niet?

Wie een eigen dak heeft, kan hier zonnepanelen op plaatsen. Er zijn wel een paar dingen waar je rekening mee moet houden, zoals hellingshoek, ligging en grootte van je dak. Daarnaast zijn sommige typen dakbedekking minder geschikt. Uw leverancier kan u hier uitleg over geven.

Ook als je in een huurwoning woont, kun je zonnepanelen laten installeren. Je moet dan wel toestemming van de verhuurder hebben. Wie een gemeenschappelijk dak heeft, bijvoorbeeld omdat hij in een appartementencomplex woont, kan met de Vereniging van Eigenaren (VVE) zonnepanelen laten plaatsen. Met een stroomverdeler kan een VVE de maximale (financiële) opbrengst uit de zonnepanelen halen.

Een andere mogelijkheid is deelnemen in een coöperatie die gezamenlijk zonnepanelen heeft op het dak van bijvoorbeeld een school of sporthal, via de Postcoderoos-regeling. Dit levert een belastingvoordeel op vergeleken bij deelname aan een project verder van huis. Het is financieel nog wel iets minder gunstig dan plaatsing op eigen dak.

Vergunningen voor zonnepanelen nodig?

Met de huidige Woningwet is het normaal gesproken niet nodig om voor zonnepanelen of zonnecollectoren een omgevings-of bouwvergunning aan te vragen. De installatie moet aan een paar voorwaarden voldoen. Op een rijksmonument of in een beschermd dorps- of stadsgezicht mogen vaak geen zonnepanelen worden geplaatst, hoewel het kan afhangen van de zichtbaarheid vanaf de grond. Overleg in zo’n geval met de gemeente wat er bij jouw woning mogelijk is.

Geschikte elektriciteitsmeter nodig

De meter in je meterkast moet kunnen ‘salderen. Als dat niet het geval is, heb je alleen profijt van je zonnepanelen voor de stroom die je direct gebruikt. Alle teruggeleverde stroom doe je dan cadeau aan de energieleverancier. Het is dus belangrijk om na te gaan of je een goede energiemeter hebt. Geschikt zijn:

  • Een analoge meter met een draaiende schijf (Ferrarismeter) die ook terug kan lopen. Deze mag dan geen teruglooprem hebben.
  • Een digitale meter met gescheiden telwerken voor afgenomen en teruggeleverde stroom. Dit kan een ‘slimme’ meter zijn, maar dat hoeft niet.

Als je twijfelt over het type meter, kun je het best contact opnemen met de netbeheerder. De netbeheerder zegt misschien dat je een slimme meter nodig hebt, terwijl dit niet per se het geval is. Als je ‘ouderwetse’ Ferrarismeter terugloopt en je per saldo niet meer gaat opwekken dan je verbruikt, dan is deze prima.

Het is altijd verstandig om zowel je energieleverancier als je netbeheerder te informeren dat je stroom gaat terugleveren.